Boeren aan het woord
![Mali_1145[1].jpg](http://www.maxhavelaar.nl/files/imagecache/scale-crop-180x180/boerencooperaties/images/Mali_1145%5B1%5D.jpg)
| Naam: | Dougourakoroni Cotton Producers Co-operative |
| Land: | Mali |
| Product: | katoen |
| Oprichting: | 1996 |
| Aantal: | 169 boerenleden |
Katoen biedt boeren alternatief voor pinda’s
De regio Kita in Mali is traditioneel het centrum van de pindaproductie. Door de problemen in de Sahel zakte die productie in de jaren '80 volledig in, met 1992 als triest dieptepunt. Naarstig werd gezocht naar goede vervangers. Zo werd in de jaren '90 katoen geïntroduceerd. Mali is nu de grootste katoenproducent van Afrika. Van de boerenbevolking is 40 procent afhankelijk van dit gewas.
Oprichting coöperatie
De situatie van de 200.000 katoenboeren is echter verre van rooskleurig. Lage inkomsten door slechte marktprijzen en gebrek aan water en landbouwwerktuigen zijn de voornaamste problemen. Gemiddeld bezitten de boeren 7 hectare grond, waarvan 1,3 hectare met katoen, goed voor zo'n 1000 kilo. Om de levensstandaard van de boeren te verbeteren werd in 1996 de Dougourakoroni-coöperatie opgericht.
Ledenaantal verdubbeld
De belangrijkste rol van de coöperatie is het verzamelen en opslaan van de katoen voor haar leden. Ze verkoopt de katoen dan aan het overheidsbedrijf CMDT, dat het monopolie bezit in de aankoop en export van Malinese katoen. De coöperatie houdt nauw zicht op de katoentransacties met dat bedrijf. Verder biedt ze haar leden technische assistentie en trainingen, schaft ze landbouwbenodigdheden aan en verleent ze kredieten. De organisatie slaat aan, want het ledenaantal is inmiddels meer dan verdubbeld.
Fairtrade inkomsten
In 2004 werd de coöperatie Fairtrade gecertificeerd. Met de eerste extra inkomsten besloten de boeren een school te bouwen. Een hele verbetering vergeleken met de lessen tot dan toe in de open lucht. Ook investeerden ze in droge en veilige katoenopslagplaatsen. Voor de toekomst hopen de katoentelers ook andere projecten te realiseren, zoals putten voor schoon drinkwater, een gezondheidscentrum, een zeepfabriek en taalcursussen. En ze willen investeren in de verbouw van maïs om voldoende voedsel in het gebied te garanderen.